
Begin
februari heeft Damen Shipyards, het moederconcern waaronder scheepswerf
De Schelde
valt, een contract getekend met de Marokkaanse overheid voor de
levering van
drie fregatten. De order is de derde grote klapper die de werf in een
paar jaar
tijd maakt. Vier jaar geleden tekende Indonesië voor de eerste grote
exportorder van marineschepen in jaren (vier korvetten voor rond de een
miljard
euro). In december 2007 bestelde de Nederlandse marine voor bijna 500
miljoen
euro nog eens vier patrouilleschepen bij de werf.
In
2000 was De Schelde nog op sterven na dood. Sinds de daaropvolgende,
zwaar door
de staat gesubsidieerde, overname door Damen gaat het dus weer
bergopwaarts.
Naar verluidt zijn de orderboeken tot 2013 vol en beraamt de werf zich
op
uitbreiding. Extra personeel wordt momenteel geworven.
De
Marokkaanse order is naar schatting ruim 800 miljoen euro waard. Voor
dat
bedrag is door kredietverzekeraar Atradius Dutch State Business een
door de
staat gedekte exportkredietverzekering afgegeven. Financiering vindt
plaats door ING, RABO en Societé Generale. Hoewel nog geen
exportverzekering is verstrekt lijkt de overheid geen problemen met de
order te
hebben, ondanks hoge bewapeningsuitgaven, een arme bevolking die voor
een groot
deel ongeletterd is en het uitblijven van een oplossing voor de
West-Sahara die
door Marokko is ingepikt. Militaire samenwerking met Noord-Afrikaanse
landen
onder het mom van ‘terrorismebestrijding’ en het tegengaan van
‘illegale
immigratie’ gaat daarom hand in hand met de verkoop van waslijsten
wapens
waaraan die landen hoognodig behoefte zouden hebben. (
Voor overheidsaanbestedingen binnen de Europese Unie gelden strikte procedures en is het stellen van andere dan puur commerciële voorwaarden (b.v. milieuvoorwaarden of sociale voorwaarden) vrijwel geheel verboden. In de vrije EU-markt wordt de vrijheid tot fatsoenlijk sociaal gedrag aanzienlijk beperkt. Tot nu toe werden defensieaankopen van deze regels uitgezonderd. Maar op dit moment doet de Europese Commissie pogingen om de Europese defensiemarkt ook in de rigide vrije markt van de EU te persen. Ze is een Richtlijn aan het ontwikkelen die overheden verplicht om defensiecontracten openbaar aan te besteden, zoals dat bijvoorbeeld ook moet met schoolboeken (waardoor het plan om in Nederland gratis schoolboeken te verstrekken waarschijnlijk onuitvoerbaar wordt).
Op
29 februari stuurde de regering een brief naar de Tweede Kamer over de
Joint
Strike Fighter, meer precies de aanschaf van twee testtoestellen.
Veertien
pagina’s wetenswaardig- en onbenulligheden over het grootste
wapenprogramma
voor de Nederlandse krijgmacht ooit. Dat groot geen kwaliteitskenmerk
is,
wisten we al. Dat groot vaak duur is, ook. Bij de JSF gaat het echter
om het
beste product voor de beste prijs, zo stelt de brief, en dat wil
Nederland uit
gaan testen. Er zijn vier landen die JSF testvliegtuigen gaan kopen: de
Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, (waarschijnlijk) Italië en,
ja hoor,
ook de brave Henkies uit Nederland. Kosten van de twee vliegtuigen: 275
miljoen
euro. Er is verder nog een klein probleempje, waarover nauwelijks
gesproken is.
De totale JSF programmakosten zijn iets hoger dan verwacht: ruim 200
miljoen
euro. Hoeveel stijgingen nog volgen is onbekend, maar dat ze zullen
volgen is
onvermijdelijk. Want op 11 maart liet de Amerikaanse Rekenkamer GAO
twee
rapporten het licht zien waarbij de Nederlandse cijfers verbleken.
Alleen al in
2006 (het laatste jaar waarover volledige cijfers beschikbaar waren)
stegen de
begrote kosten voor het Amerikaanse programma met 23 miljard dollar
naar in
totaal 299 miljard. De GAO tekent daarbij aan dat de kostenschattingen
zo
slecht inzichtelijk zijn dat ernstig rekening gehouden moet worden met
een
extra stijging van 38 miljard dollar. Een meerderheid in de Nederlandse
politiek, CDA en VVD voorop, nemen de opeenstapeling van slechte
berichten van
de afgelopen jaren voor lief. Onder het mom van samen optrekken met de
Amerikanen en grote belangen voor de Nederlandse industrie, blijven ze
blind
geloven in de JSF. (Martin Broek en
In
maart stelde de regering een commissie in die in 2009 rapport uit moet
brengen
over de Nederlandse krijgsmacht. Er zal een lijvige tekst komen. Nu al
wordt
verwacht dat kernpunt zal zijn: er moet meer geld bij, zo gaat het niet
langer.
Raymond Knops van het CDA nam al een voorschot. Nederland moet twee
procent van
het Bruto Nationaal Product aan Defensie gaan besteden. Dat is ook een
NAVO
wens, aldus het Kamerlid. Dat vrijwel geen enkel land binnen de NAVO
daaraan
voldoet, wordt door Knops niet genoemd. Dat Nederland voor een klein
land een
flinke bedrag besteedt aan zijn soldaten en hun wapens daar gaat hij
ook aan
voorbij. In de wereld staat Nederland op plaats zeventien, wat
militaire
uitgaven betreft. Na landen als Japan, India, de Verenigde Staten,
Rusland,
Engeland, Frankrijk, Duitsland, Spanje etc. als klein land fier bij de
eerste
twintig. Ook binnen de NAVO scoort Nederland met een tiende positie
niet
opvallend laag. Maar er moet meer bij. Maar waarom dan? De 26
NAVO-landen
besteden nu al evenveel aan wapens en militairen dan de rest van de
wereld
samen. (Martin Broek)