Een interessante
onderzoeksvraag voor bestuurs- en besliskundigen: Waarom blijft
Nederland zich
inwerken in de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter, terwijl het
hele
project financieel een drama is en aan het nut van dit
gevechtsvliegtuig zelfs
door deskundigen van Clingendael openlijk wordt getwijfeld? Het heeft
vast te
maken met de behoefte van een goede positionering van de Nederlandse
defensie-gerelateerde industrie (DGI) op de internationale markt.
In het
rapport ‘Defensie Industrie Strategie’ staat dat “de
Nederlandse DGI ervoor moet zorgen dat men een volwaardige positie in
internationale netwerken (“supply chains”) voor de ontwikkeling,
productie en
instandhouding van defensiematerieel verwerft (…) Voor Economische
Zaken gaat het om de bijdrage aan de economische
groei die zich op het gebied van innovatie vertaalt in excellentie en
internationale marktkansen.” Ter stimulering van deze marktkansen heeft
de Nederlandse
overheid zich voor $800 miljoen in de JSF ingekocht. Men verwacht op
termijn
een veelvoud van dit bedrag terug te verdienen met compensatieorders
voor
Nederlandse bedrijven. Heel optimistisch schreef minister Van
Middelkoop in
september aan de Tweede Kamer: “De vooruitzichten, waarmee vooral het
ministerie van Economische Zaken zich actief bezig houdt, zijn goed.”
Of dat optimisme
enige grond heeft zal wellicht blijken op 4 december, als de Algemene
Rekenkamer
komt met een nieuw Monitoringrapport over de JSF. Vorig jaar nog
verklaarde de
Rekenkamer dat het onmogelijk is om de definitieve stuksprijs van de
JSF vast
te stellen. In 1999 ging Defensie nog uit van 4.5 miljard Euro voor de
114
JSF’s die het toen wilde aanschaffen, in 2006 was sprake van 14,6
miljard Euro
voor 85 toestellen. Andere landen gaan uit van heel andere prijzen,
kortom,
niemand weet hoe duur het kreng zal worden. Opvallend is dat het
Monitoringrapport van de Rekenkamer pas op 4 december verwacht wordt,
terwijl
de Tweede Kamer op 22 november over de JSF zal praten. Wel prettig voor
Van
Middelkoop waarschijnlijk, dat de meest recente risicoanalyse van de
Rekenkamer
in dat Kamerdebat niet kan worden meegenomen.
Enkele
tientallen Nederlandse bedrijven profiteren van de JSF klucht. Een paar
van de
belangrijkste:
TNO Defensie en Veiligheid www.tno.nl levert een bijdrage aan softwareontwikkeling en adviseert over gezondheidsaspecten.
Het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) www.nlr.nl in Amsterdam doet windtunnelproeven, levert ‘embedded’ training, en werkt samen met TNO aan het Prognostic Health Management.
DutchAero www.dutchaero.nl (v/h Philips Aerospace) in Eindhoven, joint-venture van Philips en het Italiaanse Avio, maakt componenten voor de F136 motor van de JSF. Het totaal aan opdrachten kan oplopen tot 1 miljard dollar. Hoopt DutchAero.
NCLR www.nclr.nl in Enschede, een joint venture van industrie en universiteit, ontwikkelde voor de JSF Laser Hole Drilling, een speciale boormethode in (composiet) materialen.
Stork Aerospace www.storkaerospace.com/fokker/ in Hoogeveen is betrokken bij ontwikkeling en bouw van deuren voor de JSF, die bij hoge snelheden en onder extreme omstandigheden geopend en gesloten kunnen worden. Ook levert Stork titanium onderdelen voor de F135 motor van de JSF.
Daarnaast is nog van belang het Netherlands Industrial Fighter Aircraft Replacement Platform (NIFARP) www.niid.nl in Den Haag. NIFARP is opgericht door de lobbyorganisatie van de Nederlandse defensie-industrie NIID met als doel “een optimale inschakeling van de Nederlandse vliegtuigindustrie in het programma vervanging F-16”. Het NIFARP overlegt regelmatig met de Amerikaanse industrie (met name Lockheed Martin, Pratt&Whitney en het Fighter Engine Team van General Electric/Rolls Royce).