Leveranties aan Turkije;
lakmoes proef voor Nederlands wapenexportbeleid
Uit: INZET-Magazine; opinieblad over
internationale samenwerking, juli 1999, nr. 43
"Iedere keer als Turkije bombardementen uitvoert op Koerdische doelen,
vragen wij ons af of ze daarvoor 'onze' Starfighters gebruiken." Deze
uitspraak is niet van een solidariteits activist met koerdistan of een
lid van de vredesbeweging, maar werd begin dit jaar gedaan door een
medewerker van het Ministerie van Defensie. Hij stelde ook dat het
Ministerie niet weer wil worden geconfronteerd met een zo duidelijke
schending van het Nederlandse wapenexportbeleid. We moeten echter
vrezen dat de woorden van de betreffende ambtenaar een praatje voor de
vaak zijn. Turkije is op twee na de grootste importeur van wapens in de
wereld en ook voor Nederland is het een belangrijke klant (zie kader).
Een onthutsend kijkje in de keuken van het Nederlandse
wapenexportbeleid.
Het regeerakkoord van Paars II stelt dat Nederland de op papier strenge
wapenexportrichtlijnen strikt wil gaan naleven. Wapenleveranties worden
sinds 1991 getoetst aan een viertal criteria: geen leveranties naar
spannings- of oorlogsgebieden, geen leveranties waarvan gevreesd moet
worden dat de geleverde wapens ingezet kunnen worden bij
mensenrechtenschendingen, geen leveranties naar landen waar tegen een
wapenboycot van de VN-veiligheidsraad of de Europese Unie loopt, en
geen leveranties aan landen die teveel besteden aan defensie ten
opzichte van uitgaven voor sociale voorzieningen. In september 1999
wordt daar als vijfde criterium aan toegevoegd dat geen wapens mogen
worden geleverd aan landen die niet rapporteren aan het wereldwijde
wapenregister van de Verenigde Naties dat in 1991 is opgezet. Bovendien
worden door Nederland de in 1998 aangenomen richtlijnen van de Europese
Unie nagevolgd, die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse. Daarnaast
heeft Nederland in november 1998 besloten geen catalogi met tweede
hands wapens meer aan te bieden aan landen waar het inkomen per hoofd
van de bevolking kleiner is dan 3035 dollar per jaar. Ook een land als
Turkije zou op grond van dit laatste niet meer in aanmerking komen voor
aanbod van tweede hands wapens. Toch is Turkije, de op twee na grootste
importeur van wapens in de wereld, ook voor Nederland een belangrijke
klant zie hier
Spagaat
De criteria zijn richtlijnen voor het wapenexportbeleid. Ze zijn dus
niet bindend. Bovendien blijken de criteria voor verschillende uitleg
vatbaar te zijn. In het klassieke conflict tussen de dominee en de
koopman, blijkt de koopman daarbij steeds het pleit te winnen. Zo
verdedigde Minister van Aartsen van Buitenlandse Zaken onlangs
leverantie van wapens aan landen in het Midden-Oosten. Hij wees hierbij
op het vriendelijke karakter ervan of de bedreiging door buurlanden.
Het spanningsgebieden criterium werd voor het Midden- Oosten versmald
tot het niet leveren van wapens aan Irak en Iran. Ook met betrekking
tot Turkije weet men steeds goede redenen te vinden waarom leveranties
wel mogelijk moeten zijn. Deze retorische spagaten waren tot vorig jaar
formeel zelfs niet nodig. Aan Turkije werden wapens geleverd zonder dat
toetsing aan de criteria verplicht was, simpelweg omdat het een
NAVO-bondgenoot is. In 1998 is voor Turkije en Griekenland een
uitzonderingspositie ingesteld. Het zijn nu de enige landen binnen de
NAVO waarbij wapenleveranties wel aan de criteria getoetst moeten
worden. Wapenleveranties aan Turkije worden al heel lang met argusogen
gevolgd. Niet alleen door solidariteits- en vredesbeweging, maar ook de
Nederlandse overheid. Turkije is dan ook de meest gemilitariseerde,
instabiele en ondemocratische NAVO-bondgenoot. Dat wapenleveranties aan
Turkije sinds kort worden getoetst aan de richtlijnen voor het
wapenexportbeleid is daarom niet meer dan normaal. Helaas heeft dit tot
nu toe nauwelijks gevolgen gehad voor de praktijk. Ook verdergaande
stappen die Nederland heeft genomen hebben nauwelijks iets om het lijf.
In 1995 werd door Nederland een tijdelijke boykot ingesteld en sinds
1997 worden geen wapens geleverd aan de Turkse lucht- en landmacht.
Tenminste officieel. Beide krijgsmachtonderdelen ontvangen nog volop
Nederlandse wapens, omdat dit beleid zo rekbaar als elastiek is. De
maatregelen die tegen Turkije genomen worden zijn ook om een andere
reden vooral cosmetisch van aard. Een tijdelijke stop op
wapenleveranties is vooral een diplomatieke zaak. Feitelijk levert het
hooguit een kleine vertraging op in de bewapeningsprogramma's.
Bovendien is de belangrijkste afnemer de Turkse marine, die bijna zijn
gehele vloot heeft uitgerust met produkten van Nederlands grootste
wapenproducent Hollandse Signaal Apparaten (HSA). Ook deze laatste
leveranties zijn opmerkelijk, aangezien de troebelen tussen Turkije en
Griekenland in de Egeische Zee de conclusie rechtvaardigt dat hier
sprake is van een spanningsgebied.
Koerden
De geciteerde ambtenaar van Defensie maakt zich echt zorgen of wil ons
zand in de ogen strooien. Geen enkel land kreeg immers zoveel
jachtvliegtuigen van Nederland als Turkije. Deze leveringen zijn
allerminst stopgezet toen bleek dat Turkije er niet voor terug deinsde
dit zware wapen tegen de Koerden in te zetten.
De al genoemde Starfighters (44 stuks) werden vanaf begin jaren tachtig
- vlak voor de staatsgreep van september 1980 - tot november 1983 aan
Turkije geleverd. De levering werd door toenmalige Kamerleden van der
Spek (PSP) en Van den Bergh (PvdA) zwaar bekritiseerd. Van den Bergh
vond dat de levering het militaire regime een legitimiteit zou
verschaffen die het niet verdient en Van der Spek vreesde inzet tegen
de eigen bevolking. "Voor het gebruik van straalvliegtuigen ter
intimidatie van de bevolking ontbreekt iedere aanwijzing," aldus
toenmalig Minister van Buitenlandse Zaken van den Broek. Zo'n vijftien
jaar later wordt dit dan eindelijk door het Ministerie van Defensie
weersproken. Het kwaad is dan al geschied. De dooddoener van Van den
Broek 'geen inzet tegen eigen bevolking' wordt tot op de dag van
vandaag nog steeds gebruikt bij wapenleveranties en niet alleen bij die
aan Turkije. Het principiele argument van Van den Bergh wordt
daarentegen tot op heden nooit serieus genomen. De uitspraak van de
Klaas Vaak op het Ministerie van Defensie lijkt vooral bedoeld om een
verontruste journalist gerust te stellen. Dit kan je afleiden uit het
gegeven dat Turkije zijn Starfighters enkele jaren geleden heeft
afgestoten. Turkije kan ze daarom niet meer inzetten tegen de Koerden.
De vrees van Defensie werd op zijn zachtst gezegd nogal onzorgvuldig
verwoord en lijkt daarom een weinig serieus deel van het beleid. Na de
Starfighters zou een volgende lading jachtvliegtuigen volgen. Vanaf
eind jaren tachtig leverde Nederland 60 straaljagers van het type NF-5
aan Turkije. Deze zijn nog wel in gebruik bij de Turkse luchtmacht. Ook
tegen deze leveranties vonden protesten plaats. Op 1 januari 1989
hakten twee vredesactivisten in op NF-5's die in Woensdrecht klaar
stonden om naar Turkije te vliegen. Een medewerker van het tijdschrift
Onze Luchtmacht beschreef jaren later dat NF-5's in de periode
1991-1994 ingezet werden voor 672 verkennings- en
bombardementsvluchten. Nog steeds worden NF-5's met enige regelmaat
ingezet tegen Koerdische doelen, zo kan regelmatig uit de krant worden
vernomen.
F-16's en granaten
Turkije bouwt sinds de jaren tachtig zelf ook jachtvliegtuigen. Het
gaat hier om de ook in Nederland in gebruik zijnde F-16. In 1988 sprak
Nederland met Turkije af dat het hoogwaardige technologie voor de
elektronische oorlogsvoering en vluchtsimulators voor de F-16's zou
leveren. (E.e.a. was onderdeel van een veel omvangrijker afspraak
tussen Nederland en Turkije (Jane's Defence Weekly 4/6/88, p. 1101)).
Of dit soort leveringen nog steeds lopen is onbekend. Wel is bekend dat
in iedere door Turkije geproduceerde F-16 Nederlandse onderdelen
zitten. Verder adverteert Koolhaas Alphen, een op Schiphol gevestigd
onderhoudsbedrijf, al jaren in de gids 'Catalogue of Netherlands
Defence Related Industries' dat het vliegtuigen van de Turkse
luchtmacht en marine onderhoudt. De Nederlandse bijdrage aan Turkije's
jachtvliegtuig arsenalen is zeer uitgebreid te noemen. Als Nederland
echt wil voorkomen dat Nederlandse technologie en straaljagers tegen de
Koerden worden ingezet is het tijd om de relaties op dit gebied te
verbreken. Tijdens het eerder genoemde overleg tussen Nederland en
Turkije in 1988 werd ook het eerste contact gelegd over de gezamenlijke
productie van de M-483A1 clustergranaat. Het is deze levering aan
Turkije die in de jaren negentig de meeste politieke aandacht zou
krijgen. Stukjes bij beetjes zijn de details rond de gezamenlijke
produktie van 309.000 granaten in Turkije en Nederland duidelijk
geworden. Het is zelfs gebleken dat de Nederlandse overheid de belangen
van de Turkse staat bij het afsluiten van de levering voor haar
rekening heeft genomen. De granaat in kwestie is een van die militaire
produkten waarbij je je af vraagt of het technisch vernuft dat ze heeft
ontwikkeld wel eens nadenkt over de gevolgen bij het gebruik. De
granaat bestaat uit 88 kleinere subgranaten die uiteenspatten boven het
doel en alles op een oppervlakte ter grootte van een voetbalveld kunnen
vernietigen. Ook bij deze levering werd de druk van de ketel gehaald
door te stellen dat de wapens niet ingezet zouden (kunnen) worden tegen
burgers. Dit argument werd het eerst gebruikt door Van den Broek en
vervolgens herhaald door al zijn opvolgers: Kooymans, Van Mierlo en Van
Aartsen. Nog onlangs stelde D'66 Kamerlid Hoekema dat de M-483A1
granaat alleen tegen materieel kan worden gebruikt. Een heel scala aan
argumenten kan hier tegen worden ingebracht, maar het sterkste bewijs
is nog wel het document van de Directie Materieel Afdeling Munitie van
de Koninklijke Landmacht waaruit duidelijk wordt dat de granaat kan
worden ingezet tegen materiele en personele (mensen dus) doelen. De
belangenverstrengeling van de Nederlandse regering - die enerzijds
zaakwaarnemer voor de Turkse staat is in een wapendeal en anderzijds
een controlerende functie heeft op het gebied van wapenleveranties -
kan als verklaring worden gezien dat deze levering zonder
noemenswaardige problemen afgerond kon worden. Alle oppositie ertegen
ten spijt. Begin vorig jaar vroeg het parlement toenmalig minister van
Buitenlandse Zaken van Mierlo per brief de leveringen van de granaten
tijdelijk op te schorten. De leveringen gingen echter gewoon door. De
Minister stelde simpelweg dat hij de brief nooit had ontvangen. Gezien
deze hele gang van zaken is de nogal formele houding van het parlement
dat ze niet vooraf, maar alleen achteraf, het wapenexportbeleid van de
regering wil controleren wel erg misplaatst.
Evaluatie
Het Nederlandse wapenexportbeleid oogt op papier streng. Het wordt
echter niet strikt gehanteerd en de interpretatie ervan lijkt vooral
gericht op zo min mogelijk belemmeringen bij leveranties. De levering
van jachtvliegtuigen en clustergranaten door Nederland aan Turkije
laten zien dat het mensenrechtencriterium uit de wapenexportrichtlijnen
weinig serieus wordt genomen. Dat alle belangrijke Turkse marineschepen
zijn uitgerust met commandosystemen en vuurleidingssystemen van
Nederlands grootste wapengrutter HSA, maakt duidelijk dat ook het
spanningsgebiedencriterium met betrekking tot Turkije een wassen neus
is. Sinds 1997 loopt er een opmerkelijk samenwerkingsproject tussen HSA
en het Marine Software Ontwikkel Centrum in Turkije (TNSDC). Onlangs
maakte Turkije bekend dat het zijn zelfstandigheid op het gebied van de
ontwikkeling van militaire software wil vergroten. Ali Bilge, werkzaam
bij een Turkse organisatie voor strategische studies stelt: "Als je
zelf je defensiepolitiek uit wil zetten dan moet je de vijand zelf
kunnen definieren en je eigen software hebben." Een op het eerste
gezicht onbelangrijke levering, van software, blijkt militair
strategisch van groot belang en de Nederlandse bijdrage hieraan is
slechts een van de voorbeelden dat het Nederlandse wapenexportbeleid
faalt. De mooie woorden die Paars II er aan wijdt ten spijt.
P.S. Na publicatie van dit artikel werd bekend dat Turkije en Nederland
beide partner worden in het Amerikaanse programma voor de productie van
een opvolger van de F-16 (de joint strike fighter). Ook vanuit deze
samenwerking zullen weer leveranties aan Turkije volgen.
Verder lezen:
- VD AMOK houdt ontwikkelingen m.b.t. wapenhandel naar Turkije bij
- De Turkije connectie, (Amsterdam: Pax Christi, AMOK AMV, 1993)
- Oorlog in Turkije; militaire aspecten, de Koerdische kwestie en
de dienstweigerbeweging (Amsterdam: Stop de oorlog in Turkije, 1995)
- Nederlands wapenexport beleid in de jaren '90 (Amsterdam/Breda:
Papieren Tijger/Platform tegen wapenhandel, 1998)
Redactie-adres
INZET-Magazine Keizersgracht 132
1015 CW Amsterdam
Tel: 020-62773339
Fax: 020-6273839.