Wapenwedloop in Zuid-Azië
uit: VD AMOK, 1998 nr.3
Frank Slijper
Nadat de veiligheidsproblematiek in Zuid-Azië binnen de internationale
politiek jarenlang weinig belangstelling genoot hebben de Indiase en
Pakistaanse kernproeven daar ontegenzeggenlijk verandering in gebracht.
Naast de veroordelingen en sancties, kwam Japan (jaarlijks goed voor
twee miljard gulden steun aan India en daarmee haar belangrijkste
donor) met het voorstel te bemiddelen in het conflict over Kashmir.
Deze voortslepende kwestie staat al sinds hun onafhankelijkheid in 1947
een min of meer normale relatie tussen beide in de weg (zie ook
VeeDee/AMOK nr4 1996).
Niet onverwacht verwierp India het Japanse initiatief resoluut. Al vele
malen hebben verschilllende landen bemiddeling aangeboden. India staat
echter op het standpunt dat de problemen met Pakistan op bilateraal
niveau, dus zonder inmenging van buitenaf, moeten worden opgelost. Vrij
zeldzame stappen in die richting vonden vorig jaar nog plaats onder
leiding van de toenmalige Indiase premier Gujral.
Momenteel lijkt enige toenadering echter verder weg dan ooit. De
jongste kernproeven hebben nationalistische én religieuze sentimenten
aan weerskanten naar een nieuw hoogte(?)punt gevoerd. Wie zich
enigszins kritisch over de nieuwverworven nucleaire status uitlaat,
wordt al snel voor landverrader uitgemaakt. Zo lijken de grootste
pessimisten, sneller dan ze zelf waarschijnlijk hadden verwacht, gelijk
te krijgen met hun voorspelling dat de nieuwe hindoe- nationalistische
BJP-regering een nieuw dieptepunt zou betekenen in de verhoudingen
tussen moslims en hindoes, zowel binnen India, als tussen India en
Pakistan. Daarnaast speelt natuurlijk ook China een rol in de regionale
ontwikkelingen. In 1962 verloor India een korte grensoorlog met China
en nog steeds zijn een aantal grensconflicten (alweer in Kashmir, maar
ook in het oostelijke Arunachal Pradesh) tussen de twee niet opgelost.
Bovendien ziet India de politieke invloed van China in de regio als een
bedreiging voor haar eigen invloed. De week voor India's kernproeven
pookte defensieminister Fernandes het vuurtje nog eens op door te
stellen dat China "potentiële dreiging nummer een" was. Om er
veelbetekenend aan toe te voegen dat er geen zachte opties zijn in
veiligszaken; "maar de harde optie, de bom, kost geld". China
onderhoudt wel goede relaties met Pakistan en wordt er in brede kring
van verdacht een deel van de essentiële kernwapentechnologie aan
Pakistan te hebben geleverd.
In dit artikel zal speciale aandacht worden besteed aan twee aspecten
van de toenemende spanning in Zuid-Azië. In het eerste zal worden
ingegaan op de nucleaire wapenwedloop in de regio, in de tweede op de
rol van de Nederlandse (conventionele) wapenexporten in de bewapening
van India en Pakistan .
Nederlandse wapens voor India en Pakistan
Met de oplopende spanning in de regio is ook de militaire opbouw van
India en Pakistan meer in de belangstelling komen te staan. Nederland
zette als een van de weinige landen (samen met de VS) direct na de
kernproeven wapenleveranties aan beide landen stop. Een beetje laat,
want al veel langer werd er gewaarschuwd voor de gespannen sfeer in
Zuid-Azië. Nederland bleef echter bij monde van Van Mierlo de afgelopen
kabinetsperiode doof voor dergelijke geluiden. Bij herhaling noemde de
minister van Buitenlandse Zaken de leveranties van een laag
technologisch gehalte en bovendien gering in omvang.
Nederlandse wapenleveranties konden de afgelopen jaren zonder al te
veel problemen en in alle openheid plaatsvinden. Al lange tijd behoren
India en Pakistan tot de vijftien grootste wapenimporteurs ter wereld
en zijn daarom een aantrekkelijke afzetmarkt. Vooral India doet veel
van haar militaire boodschappen in Nederland. Over de eerste helft van
de jaren negentig was Nederland na Rusland en Groot-Brittannië (en vóór
de VS!) de derde leverancier van wapens aan India. Uit vertrouwelijke
cijfers blijkt dat Nederland tussen 1990 en de eerste helft van 1997
vergunningen verleende voor de export van militaire apparatuur naar
India met een waarde van ruim 237 miljoen gulden. Hoewel Pakistan een
bestemming van iets minder financieel belang is, was het in diezelfde
periode nog altijd goed voor orders ter waarde van ruim 51 miljoen
gulden. Hiermee nemen beide landen tezamen bijna 10 procent van de
Nederlandse wapenexport naar niet-NAVO-landen voor hun rekening.
Een en ander staat in schril contrast met wat de Tweede Kamer wordt
verteld. Het voorstel dat CDA-er Van Ardenne eind 1996 deed om op basis
van de beleidscriteria geen wapens meer te leveren aan landen als India
en Pakistan maakte op minister Van Mierlo weinig indruk. "Dat Nederland
in het algemeen grote terughoudendheid betracht ten opzichte van
leveringen aan India en Pakistan betekent, dat de aard van de gevraagde
leveringen grondig wordt bekeken. De bepaald niet afnemende spanningen
rond Kashmir kunnen de komende jaren zeker effect hebben op het
vergunningenbeleid." Op welke manier dat dan gevolgen zou hebben liet
hij in het midden. Van Mierlo lijkt echter bijzonder slecht
geïnformeerd. Wanneer nog geen halfjaar later de nieuwste cijfers
bekend worden blijkt India in 1996 haar opdrachten aan de Nederlandse
industrie juist explosief te hebben verhoogd. In een jaar tijd verleent
Nederland exportvergunningen voor een bedrag nog hoger dan het totaal
over de periode 1990 tot 1996.
India
Grootste belanghebbende bij de export van wapens en technologie naar
India is het Hengelose Hollandse Signaal Apparaten (HSA), dat al
tientallen jaren nauwe contacten met het Indiase leger en de
wapenindustrie onderhoudt. Het Indiase Bharat Electronics Ltd (BEL)
werd zelfs grotendeels met technologie van HSA opgezet. Pikant detail
in het licht van de huidige ontwikkelingen is dat ditzelfde bedrijf
voorkomt op een Amerikaanse lijst van bui- tenlandse bedrijven en
instellingen die in staat worden geacht massavernietigingswapens of
onderdelen ervan te ontwikkelen. Om die reden lanceerden de VS in 1997
een pakket exportbeperkende maatregelen die de overdracht van
technologie aan onder andere BEL zou moeten blokkeren. In tegenstelling
tot het Amerikaanse beleid mag Signaal van Nederland echter rustig
verder leveren. HSA haalde in de tweede helft van de jaren tachtig een
grote order binnen van in totaal 252 Flycatchers voor de Indiase
landmacht. De Flycatcher is een vuurleidingsradar voor kanonnen en
geleide raketten tegen bijvoorbeeld vliegtuigen. Hiervoor wordt
samengewerkt met Bharat Electronics, dat de Flycatcher in licentie
produceert. Dit komt er grofweg op neer dat de meest geavanceerde
elektronica in Nederland wordt geproduceerd, terwijl in dit geval BEL
in India het systeem assembleert. Via BEL werd in 1995 voor tientallen
miljoenen een vervolgorder van het Indiase leger voor de Flycatcher in
de wacht gesleept. Een jaar later boekte Signaal alweer een grote
order, ditmaal voor een ander radarsysteem voor de landmacht, de
zogeheten Improved Reporter. Daarnaast levert het bedrijf ook marine
radars aan India, dat vervolgens met de verkregen technologie eigen
systemen ontwikkeld. Recente testen met de Trishul, een Indiase
luchtverdedigingsraket, werden bijvoorbeeld uitgevoerd met radars
gebaseerd op Hengelose technologie.
Ook Delft Instruments (DI) is in India een goede bekende. Deze
specialist op het gebied van optische elektronica opereert eveneens in
nauwe samenwerking met Bharat Electronics. De joint venture BE-Delft
Electronics produceert zogenoemde beeldversterkers. Samen met een
Indiaas onderzoekslaboratorium ontwikkelt Delft Instruments
vuurleidingsapparatuur voor de Arjun, Indiaas eerste zelfgebouwde tank.
Duidelijk is al dat de tanks vooral aan de grens met Pakistan zullen
worden opgesteld. De Nederlandse wapenindustrie leunt in India dus
zwaar op Bharat Electronics. Ondanks de Amerikaanse maatregelen maakt
Nederland zich veel minder druk over BEL. De militaire industrie kan
vrij ongestoord zijn gang gaan, gedekt door een minister van
Buitenlandse Zaken die het parlement voorhoudt dat onze wapen- handel
met India en Pakistan maar weinig om het lijf heeft.
Pakistan
In 1990 kwam de betrokkenheid in het nieuws van het Nederlandse
bedrijfsleven bij de leverantie van F-16 gevechtsvliegtuigen aan
Pakistan. De toenmalige Indiase ambassadeur in Nederland oefende druk
uit op de Nederlandse regering om te voorkomen dat zes door Fokker
geassembleerde F-16's via het Amerikaanse bedrijf General Dynamics (nu
Lockheed Martin) in Pakistan terecht zouden komen. Eerder waren al 39
F-16's geleverd, waaraan de Nederlandse industrie (met name Fokker en
het toenmalige DAF Special Pro- ducts) naar schatting enkele tientallen
miljoenen guldens verdiende. Nadat Pakistan in 1993 in
betalingsproblemen kwam werd de order een jaar later definitief door de
VS stopgezet naar aanleiding van het Pakistaanse kernwapenprogramma.
Een van de meest omvangrijke Nederlandse transacties van de laatste
jaren betrof de verkoop van de overtollig geworden Poolster. Dit
bevoorradingsschip van de Nederlandse marine ging in 1994 voor 9,65
miljoen gulden over in Pakistaanse handen. Bevoorradingsschepen
vervullen een spilfunctie in de maritieme logistiek, bijvoorbeeld door
het bijtanken van gevechtsschepen en het aanvoeren van munitie. De
Nederlandse marine is ook betrokken bij de opleiding van Pakistaans
marinepersoneel voor zowel onderzeeërs als mijnenjagers.
Twee andere grote leveranties betreffen die van Stork-Wärtsilä Diesel
en HSA. In het eerste geval gaat het om aandrijvings- en
schokdempingssystemen voor drie Pakistaanse mijnenjagers, die door een
Frans/Belgisch/Nederlands consortium zijn gebouwd. In het geval van HSA
gaat het om zes radarsystemen voor Pakistaanse fregatten.
Ten slotte heeft Pakistan de afgelopen jaren ook het een en ander aan
vliegend materieel in Nederland gekocht. In 1994 nam het voor naar
schatting twee miljoen gulden vier Alouette-helikopters over van de
Nederlandse luchtmacht. Verder beschikt het leger over vijf Fokker
F-27's, waarvan er drie na 1990 werden aangeschaft. Omdat ze onbewapend
zijn geleverd, zijn deze leveranties waarschijnlijk nooit opgenomen in
de Nederlandse wapenexportcijfers.
Bewapening of ontwikkeling?
Tegelijkertijd is Nederland ook een van de grootste financiers van
hulpprojecten in India. In 1995 besteedde Ontwikkelingssamen- werking
ruim 221 miljoen gulden aan projecten in India. Pakistan ontving dat
jaar voor 57 miljoen aan Nederlandse steun. Een deel hiervan wordt met
militaire orders dus weer terugbetaald.
De internationale gemeenschap speelt als leverancier van wapens een
belangrijke rol in de toenemende spanningen in Zuid-Azië, maar schuift
haar verantwoordelijkheden van zich af. Terwijl in het gebied
vijfhonderd miljoen mensen in absolute armoede leven en onderwijs en
gezondheidszorg voor juist die mensen vaak een niet te veroorloven luxe
is, verdienen wapenexporterende landen, Nederland voorop, bakken geld
aan een klassieke wapenwedloop die grote sommen overheidsgeld opslokt
die veel zinniger in sociale ontwikkeling gestoken zouden kunnen
worden.
bron: dit artikel is een bewerkte versie
van een paragraaf uit het onlangs bij uitgeverij Papieren Tijger
verschenen boek 'De Nederlandse wapenhandel in de jaren '90'