De Joint
Strike Fighter (JSF of F-35) moet de komende tientallen jaren de
belichaming
worden van de Air Power van de Nederlandse krijgsmacht. Air
Power is een
lastig te vertalen militaire term, letterlijk Lucht-Macht, het vermogen
om via
het luchtruim, macht te ontplooien. Vanouds hebben militairen altijd
het
tactische belang ingezien van de hogere positie (heuvels, bergkammen,
passen)
om een tactisch voordeel te bereiken met vuursystemen als geweren en
kanonnen.
Het overzicht is beter van boven, de werking van de zwaartekracht is in
je
voordeel en de vijand moet bergop om je te grazen te nemen. Vanaf
ongeveer de
Eerste Wereldoorlog kan de mens zelf zich met vliegtuigen bewegen in de
militaire derde dimensie en is niet meer afhankelijk van geologische
omstandigheden om zijn lading projectielen, bommen of raketten boven de
vijand
af te werpen.
De
luchtmacht is bovendien in staat om ver in het vijandelijk gebied door
te
dringen en daar strategische aanvallen te doen op het
militair-industriële
potentieel van de tegenstander. Uiteraard laat deze zich niet onbetuigd
en
organiseert zijn eigen luchtmacht en luchtverdediging om de toegang tot
zijn
luchtruim te verhinderen.
Terwijl de
luchtmacht van de NAVO in de Koude Oorlog in veel opzichten een eigen
front
was, opgezet om het luchtoverwicht op het Warschaupact te bevechten en
strategische bombardementen vooral met kernwapens uit te kunnen voeren,
krijgt
dit wapen in de strategie van het Westen na 1989 een veel dominantere
rol. In
de Golfoorlog van 1991 en de Kosovo-oorlog van 1999 wordt de luchtmacht
ingezet
als dwangmiddel om een onwillige regionale tegenstander op de knieën te
krijgen, eigenlijk een moderne variant van de 19e-eeuwse
kanonneerbootpolitiek,
en net als deze bedoeld om geopolitieke belangen te dienen – het veiligstellen van de controle
over grondstoffen, het uitbreiden van de vrije markt, het voorkomen van
onbeheerste vluchtelingenstromen.
Naarmate
het Westen zich meer militair engageert in het Midden-Oosten en
Centraal-Azië
(Afghanistan vanaf 2001, Irak vanaf 2003) valt de luchtmacht meer terug
in zijn
ondersteunende rol voor grondtroepen. Zij wordt steeds meer het
belangrijkste
middel voor vuursteun, een rol die vroeger door kanonnen en tanks werd
gespeeld. In een interessante reeks essays van het instituut
Clingendael met
het thema Air Power wordt verder gesproken over een nieuwe variant van
voorwaartse verdediging (de oude NAVO-strategie in de Duitse laagvlakte
tegen
de Russen) "om te vermijden dat terroristen in Europa hun actie kunnen
uitvoeren." Je kunt zo'n visie naïef of absurd noemen, maar het is wel
de
achtergrond, waartegen de Nederlandse politiek-militaire elite zijn
beslissing
over de JSF neemt.
Behoudens
een vlucht naar voren (bijvoorbeeld een aanval op Iran) of een nieuwe
grote
systeemconfrontatie (China of Rusland) zal het hiervoor geschetste
beeld de
komende jaren geldig blijven. De eerste vraag bij de aanschaf van een
wapen als
de JSF zou dan ook moeten zijn: in welke oorlog moet zo'n vliegtuig
vliegen?
Zoals uit het voorgaande blijkt moeten er twee gevallen onderscheiden
worden:
Ten eerste
een oorlog tegen een regionale macht of supermacht (voor het gemak
opnieuw Iran
of China) waarvan de militaire machinerie en de luchtverdediging nog
intact is.
Dit vergt een liefst korte, intensieve bliksemoorlog, de zogenaamde first
entry (trap de deur in), hoog in het geweldsspectrum, shock en
awe.
Daarvoor zijn jachtbommenwerpers nodig die in elk geval over derde
generatie
stealth-eigenschappen beschikken om de vijandelijke radar te kunnen
misleiden
en het vermogen om ver in verdedigd vijandelijk gebied te kunnen
penetreren.
Over de eerste eigenschap beschikt de JSF, over de tweede aanzienlijk
minder. Volgens
het Amerikaanse luchtmachtblad Aerospace America hebben de F-22 Raptor
(in de
VS een duurdere concurrent van de JSF) en de F-35 JSF mogelijk “rond
2015
onvoldoende bereik om essentiële gronddoelen ver binnen het vijandelijk
grondgebied herhaaldelijk en onder alle omstandigheden aan te vallen”.
Het tweede
soort oorlog is de situatie waarin Nederland luchtmacht inzet, zoals in
Afghanistan, een stabilisatie- of contraguerrilla operatie. Deze
zogenaamde
vierde generatie van oorlogsvoering wordt op de website Antiwar.com als
volgt
beschreven:
"Bij
vierde generatie oorlogsvoering vermijdt de tegenstander de enorm
kostbare
escalatie van radar, elektronische tegenmaatregelen stealth en
contrastealth
door te weigeren het spel mee te spelen en wel vanwege een overtuigende
reden:
hij heeft geen cent te makken en heeft sowieso geen luchtmacht. Maar
een
bermbom van 50 dollar of een voldoende gemotiveerde zelfmoordterrorist
kan de
explosieve lading net zo gemakkelijk afleveren als een F-22." In dit
geval
heb je heel weinig aan de stealtheigenschap van de JSF.
Even
afgezien van de vraag in welke oorlog je wilt vechten (wat mij betreft
geen van
beide), het is raar dat de discussie in Nederland hier helemaal niet
over gaat.
Bovendien zijn er op wat langere termijn tegenwerkende tendensen die de
keuze
voor jachtbommenwerpers beïnvloeden. Ik noem er twee:
Sinds de
Tweede Wereldoorlog is er sprake van een wedloop tussen offensieve
bommenwerpers en defensieve radarsystemen. Er zijn experts die denken
dat,
vooral ook vanwege het financiële aspect, deze wedstrijd in de toekomst
wel
eens ten voordele van de defensieve systemen beslist zou kunnen worden.
Hierbij
wordt vaak gesproken over de nieuwe Russische luchtafweersystemen S-300
en
S-400. Clingendael noemt de mogelijkheid dat "door de ontwikkeling van
nieuwe radartechnieken de stealthtechnologie van de Amerikanen
grotendeels
teniet kan worden gedaan [..]" een "geloofwaardig scenario".
Verder is
er sprake van een gestage opmars van de onbemande gevechtsvliegtuigen,
UAV
(Unmanned Aerial Verhicle) voor verkenningsdoeleinden en UCAV (Unmanned
Combat
Aerial Vehicle). De laatste zijn ook bewapend, een voorbeeld is de
bekende
Predator, die Hellfire raketten kan afvuren en veel wordt gebruikt in
Afghanistan. Een opvolger, de Reaper, is afgelopen herfst in
Afghanistan
opgedoken. Het toestel kan 5000 pond explosieven meenemen,
Hellfireraketten,
lasergestuurde bommen, de uit Irak beruchte JDAM (joint direct attack
munition), en met dag- en nachtcamera's door een wolkendek dringen.
UCAVs
hebben voor- en nadelen. Voordelen zijn volgens het Center for Defence
Information dat ze goedkoper zijn, langer boven een slagveld kunnen
blijven
hangen (de Reaper twaalf uur, veel langer dan een F-16 of een JSF), en
dat er
geen piloten verloren kunnen gaan. Nadelen zijn dat ze luchtoverwicht
vereisen
en vaker crashen.
Ik zou
daar nog aan toevoegen dat de aanwezigheid van een menselijke piloot
een rem
kan zijn op burgerslachtoffers. Er zijn toch een aantal gevallen bekend
waarbij
piloten op het allerlaatste moment bijvoorbeeld kinderen zagen
rondlopen en hun
raket niet afschoten. Het is maar de vraag of een game-operator aan de
oostkust
van de VS met een joystick dezelfde keus zou maken. Bovendien heeft de
menselijke piloot meer driedimensionaal overzicht en een groter
beeldvlak dan
de operator.
Clingendael
denkt dat het "onmogelijk" is dat onbemande vliegtuigen tot 2015, als
de vervanging van de F-16 zijn beslag moet hebben gekregen, "alle"
taken van het bemande jachtvliegtuig kunnen overnemen. Daar zou je dus
uit
kunnen lezen dat vòòr 2015 een groot deel van het nut van een JSF
vervalt en
daarna wellicht ook de rest. Een van de nadelen van de UCAV, het
vereiste
luchtoverwicht, speelt niet of nauwelijks bij het soort missies dat de
Nederlandse
luchtmacht gewoonlijk uitvoert, de stabilisatie- en vredesoperaties. En
dat is
ook het soort waarvoor een van de partners uit de regering Balkenende,
de PvdA,
een hele duidelijke voorkeur heeft. Het ethische argument voor een
bemand
toestel dat boven is genoemd, hoeft niet noodzakelijk in het voordeel
van de
JSF te spreken, het geldt namelijk voor alle bemande toestellen, alle
reden dus
voor een open debat.
En toch
drijft de feitelijke gang van zaken ons met ijzeren wetmatigheid in de
richting
van een keuze voor de JSF. Een militaire logica zit er niet in.
Politiek
verstand en de militaire ontwikkelingen rond radar en UCAV maken dat
het voor
de hand ligt om de keuze uit te stellen totdat we meer duidelijkheid
hebben
gekregen. Maar dat gebeurt niet. Er moet sprake zijn van een ander
belang dat
de onweerstaanbare aantrekkingskracht van de JSF verklaart. Het
institutionele
belang van de luchtmachttop waarin ex-vliegers domineren, de
atlantische band,
die ons dringt in de richting van vechten aan de kant van de
Amerikanen, de
belangen van wat er nog rest van het Nederlandse militair-industriële
complex,
een debat over al deze zaken is dringend gewenst.
Inhoudspagina onderzoeksdossier
Inleiding: Stoppen scheelt 6 miljard
Bodemloze put – Dieper het drijfzand in
Chronologie
van
een rampdossier, 1996 - 2011