Persbericht Campagne tegen Wapenhandel
1 april 2004
Elektronicaconcern Philips gaat graag prat op zijn 'maatschappelijk
verantwoorde ondernemen'. Uit onderzoek van de Campagne tegen
Wapenhandel blijkt echter dat Philips kennelijk geen moeite heeft met
wapenleveranties aan Israël. Het bedrijf stelt op zijn webpagina dat
het F-16 en Apache onderdelen verkoopt aan NAVO-landen en Israël.(1) De
leveringen vinden plaats binnen het kader van het zogenaamde
compensatiebeleid.
Vaak zijn het de Apache gevechtshelikopters die worden ingezet bij
aanvallen op Palestijnse doelen en vermeende Palestijnse terroristen.
Aanvallen waarbij vaak burgers om het leven komen. Vorige week is
religieus leider sjeik Yassin door een Hellfire raket vanuit een Apache
gevechtshelikopter geliquideerd.(2) Onderdelen voor deze
gevechtssystemen te exporteren naar Israël mag gerust cynisch genoemd
worden voor een bedrijf dat grote waarde hecht aan een ethisch
bedrijfsbeleid.(3)
In het kader van het compensatiebeleid zijn er meer bedrijven die in
Nederland die onderdelen voor Apache gevechtshelikopters en F-16
jachtvliegtuigen aan de Verenigde Staten leveren. Waar deze
wapensystemen uiteindelijk terecht komen is doorgaans niet bekend. In
2001 zijn de leveringen voor de Apache naar de VS goed voor 87 miljoen
euro.(4) Daarnaast produceert Stork Special Products in dit kader
onderdelen voor Hellfire raketten. Andere belangrijke producenten zijn
Thales Nederland en SP Aerospace & Vehicle Systems.
Leveringen aan Israël zijn in strijd met het overheidsbeleid. Voormalig
minister van Buitenlandse Zaken, Jaap de Hoop Scheffer stelt in
november 2003 dat Nederland geen leveringen van militaire goederen aan
Israël toestaat. Hij weigert echter wapenonderdelen die vanuit
Nederland via de Verenigde Staten naar Israël gaan, maar waarvan niet
duidelijk is welke eindbestemming ze zullen hebben, aan hetzelfde
beleid te onderwerpen. De minister vindt het wapenexportregime van de
VS, Nederlands grootste en belangrijkste bondgenoot, deugdelijk
genoeg.(5) Het beleid komt er op neer dat als de overheid het weet dan
mag het niet, als ze het niet weet mag het wel. Zolang ieder bedrijf
maar claimt dat het niet weet voor welk land de onderdelen bestemd
zullen zijn wordt standaard een exportvergunning afgegeven. Philips'
openheid over leveranties aan de Israëlische luchtmacht laat zien dat
bedrijven wel degelijk weten waarheen hun Apache of F-16 onderdelen
gaan.
Met dit exportbeleid schendt Nederland de Europese en Nederlandse
gedragscode voor wapenuitvoer. Deze code stelt dat lidstaten in
bepaalde gevallen geen uitvoervergunning verlenen. (zie hieronder voor
betreffende criteria) Dat de leveringen van Apache onderdelen aan
Israël op basis van deze gedragscode uitgesloten moeten worden staat
buiten kijf.
De Campagne tegen Wapenhandel vindt dat er een eind moet komen aan
deze leveringen.